p.196

“De enige echte atheïsten die ik ben tegengekomen waren opstandigen; ze vonden het niet genoeg om koel te constateren dat God niet bestond, ze zetten zich tegen dat bestaan af  […], ze wezen God af omdat ze de mens in zijn plaats wilden stellen, het waren humanisten, ze hadden een heel verheven idee van menselijke vrijheid, menselijke waardigheid. Ik neem aan dat u zich ook niet in dat portret herkent?”
Nee, dat inderdaad ook niet; alleen al van het woord humanisme werd ik licht onpasselijk, maar misschien kwam het ook wel door de warme pasteitjes, ik had er te veel van gegeten.
(Onderworpen, p.196)

Discussie

  • Het is inderdaad zo dat de mensen vandaag niet meer vehement atheïstisch zijn: inwoners van de westerse maatschappij zijn gewoon amper met de Grote Vragen bezig, eerder met de baan, het huis, het gezin, e.d. Er wordt enkel nog over God nagedacht als er iemand geboren wordt of sterft. In die zin kun je dus wel stellen dat mensen hier niet per definitie atheïst zijn…

    Reageer

Discussieer mee