Ine Pisters

Wat me treft bij het lezen van Onderworpen is niet zozeer het visioen van een door moslims overgenomen maatschappij, ook niet de soms barre observaties en kortzichtige opmerkingen van Houellebecqs hoofdpersonage. Het is veeleer de melancholie. In het oog van de storm die die Houellebecq in zijn boek ontketent, staat François, vol heimwee en verlangen naar verbondenheid. Eigenlijk is Onderworpen geen boek over de islam, maar over het cynisme en de leegte die we aanvaarden als mogelijke prijs  voor onze ‘vrije’ samenleving.
– Jeroen Versteele, bewerker van Onderworpen tot theatervoorstelling)

Discussie

  • ik denk ook dat het persoonlijke perspectief van François de spil is waarrond het hele boek draait. een berustende vaststelling van verval en teleurstelling – met een uitweg in wat zich aandient via diverse aanknopingspunten (sex, eten & drinken, traditie, poëzie, mystiek). een parallel verhaal is het proces dat zich in deze constructie in de academische wereld en de samenleving voordeed: ‘nu West-Europa zo’n weerzinwekkende graad van ontbinding had bereikt, was het niet meer in staat zichzelf te redden. (…)’ (p.216). door die parallel verloopt het allemaal zo geleidelijk en aannemelijk haast.

    Reageer
  • François komt zelf tot de conclusie met “iets van melancholie” (p. 227) dat hij jarenlang geen ander doel had dan zijn Huysmans-onderzoek. Huysmans lijkt zijn referentiepunt te zijn; zijn houvast, zijn leidraad. Andere manieren om een zekere verbondenheid te hebben zijn mislukt. Met zijn ouders is er geen band en er ontstaat niet de minste rouw bij hun dood. “De vrouw” (Myriam) lijkt François niet te willen onderwerpen aan zijn verlangen waardoor hij haar laat vertrekken. De verbondenheid met het driftmatige van zijn eigen lichaam wordt problematisch; (seksueel) genieten zit er niet of nauwelijks meer in (heimwee naar Myriam?).
    Ook de verbondenheid met Huysmans komt zwaar onder druk te staan: het voorwoord is zo goed als af en bovendien kan hij zich maar niet identificeren met diens latere christelijke bekering en abdijleven. François zoekt het op maar enkel teleurstelling is zijn deel.
    Zijn verbondenheid met Huysmans zwaar onder druk, geen verbondenheid met de ander (ouders, Myriam weg) en geen (lichamelijk) genot meer; dat maakt de vraag om zich te bekeren tot de islam aanlokkelijk. Indien hij er op ingaat kan hij zoals zijn vader een nieuw leven starten (een ware breuk met het vorige leven) waarbij een nieuw falen tot verbondenheid intrinsiek klaar ligt OF hij gaat er niet op in waardoor hij zal wegkwijnen in zijn eigen isolement/leegte (moeder).
    Is François niet onderworpen aan de leegheid van zijn bestaan? Is dit niet het wezen van de titel ‘onderworpen’ (naast de voor de hand liggende link met de islam)?

    Reageer

Discussieer mee